January: Winter Embellishments
Zes Gedichten; Six Poems
The guest poems for this week are new English
translations of a set of six Dutch pieces.
The featured poets are, M.
Vasalis, Remco
Campert, J.
Bernlef, Hans
Andreus
and Rutger Kopland.
|
Als je een
landschap was Als je een landschap was waar ik doorheen kon loopen, stil staan en kijken met mijn oogen open en languit op de hardegrond gaan liggen, er mijn gezicht op drukken en niets zeggen. Maar 't meeste lijk op de groote lucht erboven,, waar ruimte is voor buiten licht en donkre wolken en op de vrije wind daartusschen, die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven. M. Vasalis |
If you were a landscape If you were a landscape through which I could walk, stand quietly and look with my eyes wide open and stretch long out on the hard ground, and press my face up against and say nothing. But most of all it's like the arch of sky above where there's space for outdoor light and dark clouds and for the free wind in between that whirls in my hair and covers my face with kisses, without asking, without promising. |
|
Credo ik geloof in een rivier die stroomt van zee naar de bergen ik vraag van poëzie niet meer dan die rivier in kaart te brengen ik wil geen water uit de rotsen slaan maar ik wil water naar de rotsen dragen droge zwarte rots wordt blauwe waterrots maar de kranten willen het anders willen droog en zwart van koppen staan werpen dammen op en dwingen rechtsomkeert Remco Campert (1927) |
Credo I believe in a river that flows from the sea to the mountains I ask no more of poetry than to make a map of this river I don't want to strike water from stones but I want to carry water to them dry black rock becomes blue water rock but the newspapers wish it otherwise knock off the heads of dry and black throw up dams and force an about turn |
|
Gedachten bij een teruggevonden
legpuzzel het moeilijkst was altijd de lucht waar niets dan de v van een vogel tot wegwijzer diende ik kijk naar buiten verdeel in gedachten de lucht daar is de vogel toch weet ik dat er een stukje ontbreekt onoplosbaar iedere keer weer was het stukje hemel weerkaatst in een vijver water was lucht geworden ik kijk naar buiten lucht is water geworden en vult de puzzel op de ruit met tranen maar ik houd mij goed J. Bernlef uit: Dit verheugd verval (1963) |
Thoughts upon finding a mislaid puzzle the sky was always the most difficult where nothing but the v of a bird served as sign I look outside divide in thought the sky there is the bird yet I know that there is a piece missing insoluble time and time again was that piece of sky reflected in the pool where water had become sky I look outside sky has become water and fills the puzzle upon the panes with tears but cheerful my disposition remains |
|
Een beetje natuur
Een beetje natuur soms voel ik daar wel voor en plukje gras tussen de stoepstenen of een zwieperige vlier Lieveheersbeestjes klein gekriebel op je arm strandenvol een keer toen je me aardig vond In de achtertuin bloeit een magnolia en voor de kamerplanten zorg ik steeds beter Maar door Tarzan verkracht naakt in een oerwoud daar nu uitgerekend ga jij nu dromen Remco Campert (1927) |
A little bit of nature A bit of nature sometimes I think it's a good idea a clump of grass in the sidewalk cracks or the swish of an elder Ladybugs small itch on your arm full beaches once when you said I was nice In the backyard a magnolia is flowering and I'm taking better care of the indoor plants But raped by Tarzan naked in a jungle of all things this is what you dream of |
|
Voor een dag van
morgen Waneer ik morgen doodga, vertel dan aan de bomen hoeveel ik van je hield. Vertel het aan de wind, die in de bomen klimt of uit de takken valt, hoeveel ik van je hield. Vertel het aan een kind dat jong genoeg is om het te begrijpen. Vertel het aan een dier, misschien alleen door het aan te kijken. Vertel het aan de huizen van steen, vertel het aan de stad hoe lief ik je had. Maar zeg het aan geen mens, ze zouden je niet geloven. Ze zouden niet willen geloven dat alleen maar een man alleen maar een vrouw dat een mens een mens zo lief had als ik jou. Hans Andreus |
For tomorrow's day If I die tomorrow, say then to the trees how much I loved you. Say it to the wind that climbs up into the tree or out of the branches falls, how much I loved you. Say it to the child that is yet young enough to understand. Say it to the animal, perhaps just by looking at it. Say it to the houses of stone, say it to the city how dear you were to me. But don't tell a single person, they wouldn't believe it. They wouldn't want to believe that just a man just a woman that a person a person could love as much as I loved you. |
|
Psalm
Dan zullen deze geluiden wind zijn, als ze opstijgen uit hun plek, dan zullen ze verwaaien, zijn ze wind. We hebben geademd en onze adem was als zuchten van bomen om een huis, we hebben gepreveld en onze lippen prevelden als een tuin in de regen, we hebben gesproken en onze stemmen dwaalden als vogels boven een dak. Omdat wij onze naam wilden vinden. Maar alleen de wind weet de plek die wij waren, waar en wanneer. Rutger Kopland (1934) uit: Geduldig Gereedschap (1993) |
Psalm Then these sounds shall be wind if they rise up from their place, then they shall blow away, they are wind. We have breathed and our breath was as the sighing of trees around a house, we have muttered and our lips muttered as a garden in the rain, we have spoken and our voices strayed like birds above a roof. Because we wanted to find our name. But only the wind knows the place that we were, where and when. (all tr. Cliff Crego) |
|
See also: new |
|
"Straight
roads, Slow rivers, Deep clay." |
A collection of contemporary Dutch poetry in English translation, with commentary and photographs by Cliff Crego |
|
See also another website by Cliff Crego: The Poetry of Rainer Maria Rilke |
A presentation of 80 of the best poems of Rilke in both German and new English translations: biography, links, posters |